Hoeveel laadpalen passen op mijn aansluiting?
Met een gelijktijdigheidsfactor komt een kantoor op 160 kW uit op 2 tot 14 laadpunten. Per kwartier doorgerekend 4, met slim laden 39. Zo reken je het uit.
Hoeveel laadpalen op een aansluiting passen, hangt af van de ruimte die elk kwartier onder het transportvermogen overblijft, en van wanneer de auto's komen en gaan. Met een gelijktijdigheidsfactor komt een kantoor met magazijn op 160 kW uit op 2 tot 14 laadpunten. Doorgerekend per kwartier passen er zonder slim laden 4, met slim laden 39.
Wat een gelijktijdigheidsfactor is
Een laadpaal heeft vaak twee laadpunten; dit artikel telt laadpunten, met één auto per punt. Een gelijktijdigheidsfactor zegt welk deel van de laadpunten tegelijk in gebruik is. Tel het vermogen van alle laadpunten op en vermenigvuldig dat met de factor, dan heb je een schatting van wat het laden samen vraagt. Past dat in de ruimte die het huidige verbruik onder het transportvermogen overlaat, dan passen de laadpunten.
Welke factor je neemt, hangt af van waar je kijkt:
- 1, volgens de installatienorm NEN 1010 voor de circuits naar de laadpunten: alle laadpunten kunnen tegelijk gebruikt worden, dus reken je alsof dat ook gebeurt, tenzij het laden geregeld wordt1. Voor de aansluiting is dat de voorzichtigste keuze.
- 0,8 op het drukste kwartier van het rekenvoorbeeld hieronder, met 10 laadpunten: dan laden er 8 tegelijk.
- 0,17 gemiddeld in hetzelfde voorbeeld: een auto laadt in 6 van de 35 kwartieren dat hij er staat.
Zolang er ruimte genoeg op de aansluiting was, deed het er weinig toe welke factor je koos: een laadpunt te veel of te weinig viel weg in de marge. Waar de aansluiting niet meer zwaarder kan, is die marge weg en telt elk kwartier.
Waarom één factor het antwoord niet geeft
Een factor schat hoeveel de laadpunten samen vragen. De vraag is of dat past in de ruimte die op dat moment onder het transportvermogen overblijft. Allebei veranderen ze per kwartier.
- De ruimte is geen vast getal. Het verbruik van een bedrijf piekt een paar uur per dag. Het transportvermogen min de hoogste piek van het jaar is de ruimte op het krapste kwartier. Een berekening met dat getal doet alsof er de hele dag niet meer ruimte is.
- Gelijktijdigheid hangt af van wanneer auto's komen. Medewerkers komen in een paar uur binnen en sluiten hun auto direct aan. Dan laadt het grootste deel tegelijk, ook als ze over de hele dag gemiddeld maar een klein deel van de tijd laden.
Een gemiddelde gelijktijdigheid is als het gemiddelde aantal auto's op de A2 over een hele dag. Het klopt, en het zegt niets over de file om half negen.
Rekenvoorbeeld: kantoor met magazijn op 160 kW
Een groothandel heeft een kantoor en een magazijn op één grootverbruikaansluiting met 160 kW gecontracteerd transportvermogen. Het magazijn draait op werkdagen van 6:00 tot 16:00, het kantoor van 8:00 tot 17:30. 's Winters verwarmt een warmtepomp, op warme zomerdagen koelt de airco. Het bedrijf verbruikt 459 MWh per jaar, gemiddeld 52 kW. Het hoogste kwartier is 132 kW, op woensdag 26 februari om 9:45.
Het bedrijf is een voorbeeld. Het profiel is voor dit artikel kwartier voor kwartier opgebouwd over heel 2025, met een seizoensverloop maar zonder koudegolf.
Er zijn 60 parkeervakken, dus vanaf 2027 vraagt de wet minstens 6 laadpunten, of leidingdoorvoeren voor de helft van de vakken2. Het bedrijf wil laadpunten van 11 kW voor de auto's van medewerkers. Elk laadpunt krijgt op werkdagen één auto, die tussen 7:00 en 9:00 aankomt en 8 tot 9,5 uur blijft. Een auto heeft 6 tot 24 kWh nodig, wat past bij een woon-werkrit van ongeveer 30 tot 125 km heen en terug3. Gemiddeld blijft een laadpunt op één op de zeven werkdagen leeg. Elke week heeft hetzelfde patroon, ook in vakanties en op feestdagen. Van wat het laadpunt levert, komt 95% in de accu.
Wat de factor zegt. De ruimte boven de hoogste piek is 160 − 132 = 28 kW. Een laadpunt van 11 kW telt mee voor 11 kW maal de factor.
Met factor 1 passen er 2 laadpunten, met de gemiddelde factor 14
Laadpunten van 11 kW in de 28 kW boven het hoogste kwartier, per gelijktijdigheidsfactor
| Factor | Laadpunt telt mee voor | Laadpunten in 28 kW |
|---|---|---|
| 1 (NEN 1010) | 11 kW | 2 |
| 0,8 (drukste kwartier) | 8,8 kW | 3 |
| 0,17 (gemiddeld) | 1,9 kW | 14 |
Dezelfde aansluiting levert dus 2, 3 of 14 laadpunten op, afhankelijk van welk moment de factor beschrijft.
Zonder slim laden, per kwartier. Elke auto laadt vanaf aankomst op 11 kW tot hij zijn kWh heeft. Tel je dat per kwartier op bij het verbruik van het bedrijf, dan zie je op hoeveel dagen het verbruik boven het gecontracteerd transportvermogen uitkomt. In een congestiegebied mag dat niet, ook niet een paar kwartieren per jaar (zie batterij dimensioneren voor een bedrijf).
Met 5 laadpunten komt het verbruik al op 4 dagen boven 160 kW
Werkdagen in 2025 met minstens één kwartier boven het transportvermogen, zonder slim laden
| Laadpunten | Dagen boven 160 kW | Hoogste kwartier |
|---|---|---|
| 1 | 0 | 135 kW |
| 2 | 0 | 146 kW |
| 3 | 0 | 146 kW |
| 4 | 0 | 157 kW |
| 5 | 4 | 163 kW |
| 6 | 21 | 174 kW |
| 7 | 21 | 174 kW |
| 8 | 69 | 185 kW |
| 9 | 169 | 196 kW |
| 10 | 205 | 196 kW |
| 11 | 226 | 196 kW |
| 12 | 261 | 207 kW |
Zonder slim laden passen er 4, minder dan de 6 die de wet vanaf 2027 vraagt als het bedrijf niet voor leidingdoorvoeren kiest. Dat is meer dan de factor 1 of 0,8 zegt, omdat 79% van de auto's om 10:00 al vol is, voordat het bedrijf zijn dagpiek bereikt, meestal tussen 10:00 en 12:00. En het is veel minder dan de gemiddelde factor zegt, omdat de auto's allemaal in dezelfde twee uur binnenkomen. Met tien laadpunten laden op maandag 13 januari om 9:00 zeven auto's tegelijk, terwijl het bedrijf zelf al op 119 kW zit.
Tien laadpunten zonder slim laden: 36 kW boven de grens om 9:00
Verbruik met laden per kwartier op 13 januari tussen 6:00 en 20:00. Vanaf 7:00 loopt het snel op, van 8:30 tot 9:45 ligt het boven het transportvermogen van 160 kW, met een piek van 196 kW om 9:00. Daarna zakt het naar het verbruik van het bedrijf zelf, rond 120 kW.
Of je de juiste factor hebt gekozen, weet je pas als je het per kwartier hebt doorgerekend. En dan heb je de factor niet meer nodig.
“Onze klanten willen groeien. Extra hallen, machines, productielijnen. Maar ze krijgen geen extra capaciteit van de netbeheerder. Wattix helpt ons inzichtelijk maken wat er binnen hun bestaande aansluiting toch nog mogelijk is.”
Met slim laden. Slim laden verdeelt elk kwartier de ruimte onder 160 kW over de auto's die aan een laadpunt staan. Het verbruik blijft dan altijd binnen het transportvermogen, en de vraag wordt of elke auto vol is als hij vertrekt. Daarvoor telt niet het vermogen van het laadpunt, maar de energie. Een auto die 14 kWh nodig heeft en 9 uur blijft, vraagt gemiddeld 1,6 kW, geen 11 kW.
Tot en met 39 laadpunten vertrekt elke auto met zijn kWh
Werkdagen in 2025 waarop een auto vertrekt zonder alle kWh die hij nodig heeft, met slim laden
| Laadpunten | Dagen met tekort | Sessies met tekort | Tekort per jaar |
|---|---|---|---|
| 35 | 0 | 0 | 0 kWh |
| 36 | 0 | 0 | 0 kWh |
| 37 | 0 | 0 | 0 kWh |
| 38 | 0 | 0 | 0 kWh |
| 39 | 0 | 0 | 0 kWh |
| 40 | 3 | 3 | 10 kWh |
| 41 | 7 | 10 | 64 kWh |
| 42 | 13 | 23 | 205 kWh |
| 43 | 22 | 45 | 484 kWh |
| 44 | 28 | 73 | 697 kWh |
| 45 | 34 | 106 | 1.112 kWh |
| 46 | 43 | 135 | 1.403 kWh |
| 47 | 61 | 196 | 2.150 kWh |
| 48 | 80 | 271 | 3.164 kWh |
| 49 | 91 | 324 | 3.898 kWh |
| 50 | 106 | 430 | 5.088 kWh |
Met slim laden passen er 39. Dat zijn 8.664 laadsessies in 2025, en elke auto krijgt op elke werkdag de energie waarvoor hij kwam. Op 13 januari staat het verbruik daarvoor tien uur lang op 160 kW, en geen kwartier erboven.
39 laadpunten met slim laden: tien uur op de grens, geen kwartier erboven
Verbruik met laden per kwartier op 13 januari tussen 6:00 en 20:00. Vanaf 7:30 staat het op het transportvermogen van 160 kW en blijft daar tot 17:30. Daarna zakt het naar het verbruik van het bedrijf zelf, rond 50 kW.
Bij 40 laadpunten vertrekken op drie dagen in januari en december drie auto's zonder alle kWh die ze nodig hebben, samen 10 kWh tekort. Bij 43 laadpunten is het tekort over het hele jaar 484 kWh, 0,4% van wat de auto's nodig hebben. Maar dat tekort zit bij 45 sessies, verspreid over 22 dagen, en vooral in de winter, als de warmtepomp een deel van de ruimte gebruikt.
Het tekort valt vooral in januari, februari en december
Energie die auto's bij vertrek missen, per maand, met 43 laadpunten en slim laden
| januari | 200 kWh |
|---|---|
| februari | 122 kWh |
| maart | 2 kWh |
| april | 30 kWh |
| mei | 0 kWh |
| juni | 11 kWh |
| juli | 23 kWh |
| augustus | 0 kWh |
| september | 0 kWh |
| oktober | 0 kWh |
| november | 0 kWh |
| december | 97 kWh |
Drie dingen bepalen hoe hard die 39 is.
- De laadsessies. Ze zijn het onzekerste deel van de berekening. Heeft elke auto een kwart meer energie nodig, dan passen er geen 39 maar 29. En het voorbeeld herhaalt elke week hetzelfde patroon, terwijl een echte bezetting meer wisselt.
- Het slimme laden. Het rekenvoorbeeld plant het laden met de vertrektijd en de kWh van elke auto, en met een verwachting van het verbruik van het gebouw. Load balancing die het vermogen steeds gelijk verdeelt over de aangesloten auto's, laadt op krappe dagen minder auto's vol, en dan passen er minder laadpunten.
- De marge. Het voorbeeld rekent tot precies 160 kW, met de verwarming van een gewoon jaar. Wie een paar kW onder het transportvermogen wil blijven, of een koude week wil opvangen, komt op minder laadpunten uit.
“Je moet altijd aannames maken. Maar een platform als Wattix geeft je de vrijheid om de resultaten op je eigen manier aan de klant te presenteren, met het vertrouwen dat het onderliggende rekenmodel keer op keer dezelfde solide basis biedt.”
Zo reken je het per kwartier uit
- Neem een jaar kwartierdata van de aansluiting. Een grootverbruikaansluiting wordt per kwartier gemeten, en daaraan toetst de netbeheerder het transportvermogen. Een heel jaar is nodig omdat de krapste dagen vaak in de winter vallen. Bij een kleinere aansluiting, tot en met 3x80A, is de hoofdzekering de grens, en die reageert op elk moment, niet op het kwartiergemiddelde.
- Leg de laadsessies vast. Per laadpunt: wanneer de auto komt, wanneer hij gaat en hoeveel kWh hij nodig heeft. Weet je alleen de woon-werkafstand, reken dan met ongeveer 19 kWh per 100 km3. Reken ook een variant met meer energie per auto door, omdat hier de meeste onzekerheid zit.
- Reken zonder slim laden. Laat elke auto vanaf aankomst op vol vermogen laden en tel dat per kwartier op bij het verbruik. Komt het in geen enkel kwartier boven het transportvermogen, dan past het ook zonder slim laden. De installatie dimensioneer je dan volgens NEN 1010 met factor 1.
- Reken met slim laden. Verdeel per kwartier de ruimte onder het transportvermogen over de auto's die er staan, met voorrang voor de auto die het krapst zit, en kijk per sessie hoeveel kWh de auto bij vertrek heeft gekregen. Reken met het laadrendement, in dit voorbeeld 95%.
- Voeg laadpunten toe tot er een sessie met tekort is. Het laatste aantal zonder tekort is het antwoord met slim laden. Daarna kies je of een paar krappe dagen acceptabel zijn, of dat zonnepanelen of een batterij de ruimte vergroten.
Wat Wattix hierin doet
In Wattix leg je per laadpunt het vermogen en de wekelijkse laadsessies vast: wanneer de auto komt, wanneer hij gaat en hoeveel kWh hij nodig heeft. Wattix plant het laden per kwartier binnen het gecontracteerd transportvermogen, naast het verbruik uit de kwartierdata van de aansluiting, en laat per sessie zien hoeveel energie de auto krijgt en waar het tekort zit. Het rekenvoorbeeld is met dezelfde rekenkern doorgerekend. Hoe dat werkt, lees je bij slim laden in Wattix.
Daarna reken je varianten door: meer of minder laadpunten, met of zonder batterij, of laden op zonnestroom. Zie laadinfrastructuur binnen de netaansluiting. Waar de onzekerheid in zo'n berekening zit en hoe nauwkeurig die is, lees je in wat een energiesimulatie is.
Veelgestelde vragen over laadpalen op een aansluiting
Wat zegt NEN 1010 over de gelijktijdigheidsfactor van laadpunten?
Rubriek 722.311 schrijft voor de installatie een factor van 1 voor: alle laadpunten kunnen tegelijk gebruikt worden, dus dimensioneer je de circuits naar de laadpunten alsof dat ook gebeurt. Dat geldt niet als de belasting geregeld wordt, in het laadstation of stroomopwaarts daarvan. Of het laden binnen het gecontracteerd transportvermogen past, is een andere vraag. Die toets je per kwartier.
Hoeveel laadpunten moet een bedrijf vanaf 2027 hebben?
In Nederland moet een bestaand niet-woongebouw met meer dan 20 parkeervakken vanaf 1 januari 2027 minstens 1 laadpunt per 10 parkeervakken hebben, of leidingdoorvoeren voor de helft van de vakken. Elk laadpunt moet geschikt zijn voor slim laden. Hoeveel laadpunten er op de aansluiting passen, is een andere vraag. In het rekenvoorbeeld vraagt de regel 6 laadpunten als het bedrijf niet voor leidingdoorvoeren kiest, terwijl er zonder slim laden 4 passen.
Hoeveel kWh laadt een auto van een medewerker per dag?
Zoveel als de rit vraagt, en dat is meestal weinig. Met 19 kWh per 100 km vraagt een woon-werkrit van 60 km heen en terug ongeveer 11 kWh. In het rekenvoorbeeld hebben de auto's 6 tot 24 kWh nodig, gemiddeld 14 kWh. Over een werkdag van 9 uur is dat gemiddeld 1,6 kW per auto, ver onder de 11 kW van het laadpunt.
Moet de aansluiting zwaarder voor meer laadpalen?
Niet altijd. In het rekenvoorbeeld passen op dezelfde 160 kW zonder slim laden 4 laadpunten en met slim laden 39. Verzwaren komt pas in beeld als ook met slim laden auto's vertrekken zonder de kWh die ze nodig hebben. Reken dan eerst door wat zonnepanelen of een batterij aan ruimte toevoegen.
Werkt een gelijktijdigheidsfactor voor bestelbussen die 's nachts laden?
Daar zit hij er juist ver naast. 's Nachts is het verbruik van een bedrijf laag en de ruimte onder het transportvermogen groot: in het rekenvoorbeeld op werkdagen tussen 22:00 en 5:00 nooit minder dan 114 kW, tegen 28 kW op het krapste kwartier overdag. De ruimte boven de hoogste piek van het jaar laat die nachtelijke ruimte niet zien.
Wat als er meer medewerkers elektrisch gaan rijden?
Reken het opnieuw door met de extra laadsessies. Het antwoord hangt meer af van de sessies dan van het vermogen van de laadpunten. In het rekenvoorbeeld passen met slim laden 39 laadpunten, maar heeft elke auto een kwart meer energie nodig, dan zijn het er 29.
Welk slim laden is nodig om de meeste laadpunten te halen?
Een systeem dat per auto weet hoeveel kWh hij nog nodig heeft en wanneer hij weg moet, en voorrang geeft aan de auto die het krapst zit. Een laadpunt weet meestal niet hoeveel een auto nodig heeft, dus dat moet van de bestuurder of uit een app komen. Het rekenvoorbeeld gaat uit van zo'n planning, en van een verwachting van het verbruik van het gebouw. Load balancing die het vermogen steeds gelijk verdeelt over de aangesloten auto's, laadt op krappe dagen minder auto's vol, en dan passen er minder laadpunten.
Verder lezen
- Slim laden binnen de netaansluitingSimuleer load balancing en slim laden per kwartier en zie per laadsessie hoeveel energie elke auto krijgt.
- LaadinfrastructuurReken laadinfrastructuur binnen de aansluiting per kwartier door, en zie wat slim laden of opslag oplevert.
- NetcongestieVind de piekmomenten en laat zien wat er zonder netverzwaring nog mogelijk is.
Het net zit vol.
Laat zien wat er wél past.
In een demo zie je hoe je van meetdata naar een onderbouwd advies komt. Neem je eigen data mee, dan kijken we meteen naar jouw casus.
Bronnen
-
NEN 1010, rubriek 722.311, geciteerd door Hensel Nederland in de productinformatie van ENYCHARGE (2023): "Omdat alle aansluitpunten van de installatie gelijktijdig kunnen worden gebruikt, moet de gelijktijdigheidsfactor voor alle betrokken circuits als één worden aangenomen, tenzij de regeling van de belasting is geïntegreerd in de stroomvoorziening voor het elektrische voertuig, op een stroomopwaarts punt of in een combinatie van beide." ↩
-
Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.87b, zoals het geldt vanaf 1 januari 2027: een gebouw met meer dan 20 parkeervakken heeft "a. ten minste één laadpunt voor elke tien parkeervakken; of b. leidingdoorvoeren voor laadpunten voor elektrische voertuigen voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken", en "Een laadpunt is geschikt voor slim laden." RVO vat de regels samen op Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. ↩
-
Het gemiddelde praktijkverbruik van elektrische auto's in de EV Database (in het Engels, geraadpleegd op 22 oktober 2026): 191 Wh per km. ↩ ↩2